Boos of agressief gedrag is gedrag — en gedrag kun je veranderen. Ik begeleid al vanaf 2002 mensen met agressieproblemen. Directe, praktische hulp in Haarlem.
Ernst Ludwig Kirchner, Selbstbildnis — Doppelbild
Ik help je te begrijpen waar je boosheid vandaan komt, en hoe je er anders mee om kunt gaan. Geen eindeloos praten, maar inzicht omzetten in ander gedrag — op een directe manier die werkt.
We bespreken wat er speelt, wat je eerder al hebt geprobeerd en wat je wilt bereiken. Vrijblijvend en zonder oordeel.
We zoeken samen uit waar je boosheid vandaan komt: wat de triggers zijn, welke patronen er achter zitten en hoe ze ontstaan zijn.
Je leert concrete technieken om anders te reageren — time-outs, stoppers, ontspanning — en je oefent ermee in je eigen situatie.
Of je nu last hebt van je eigen woede, agressieproblemen in de relatie ervaart, of gewoon een adviesgesprek wilt — er is een passende vorm van begeleiding.
Een-op-een, kortdurend of langdurig, afgestemd op jouw situatie. Directe, praktische hulp zonder omhaal.
Lees meer →Van bumperklever tot vechtrelatie, van slachtoffer tot dader. Breed, eerlijk en zonder oordeel.
Lees meer →Op deze site staat uitgebreide achtergrondinformatie over wat agressie is, hoe het ontstaat en wat je eraan kunt doen. Je leest er over de definitie van agressie, de relatie tussen boosheid en woede, de achtergronden en oorzaken — en over praktische handvatten zoals time-outs, stoppers en het herkennen van je eigen signalen. Bekijk alle artikelen →
"Agressie is gedrag, weliswaar meestal impulsgestuurd gedrag, maar toch: het is gedrag en daarom kun je dat veranderen als je dat wilt en je er voor inzet."
— Peter SpelbosBureau IDEE heeft vijf websites, elk gericht op een eigen specialisme. Naast deze site zijn dat de volgende vier:
Boosheid en agressie zijn gedrag — en gedrag kun je veranderen. Niet door er eindeloos over te praten, maar door te begrijpen waar het vandaan komt en anders te leren reageren. Dat is waar mijn begeleiding over gaat.
Ik richt me bij de begeleiding bij problemen rondom boosheid en agressie op drie lagen: het agressieve gedrag wat in de echte wereld van nu zoveel schade berokkent, de emotionele wereld die daaronder ligt en dit gedrag aanstuurt, en de wereld van vroeger waar bij de cliënt dit gedrag ontstaan is.
In de gesprekken loopt dat alles door elkaar — dat moet ook zo, en daar houd ik van. Soms zijn de gesprekken heel technisch, soms heel diep emotioneel, soms bespreken we traumata van vroeger waar je eigenlijk liever niet over praat — maar nu wel moet.
Ik heb meer dan 20 jaar ervaring in het werken met cliënten met agressieproblemen, op alle mogelijke niveaus, van licht naar zwaar. Ik kijk nergens van op — ik heb het allemaal al in de kamer gehad.
Soms zijn de gesprekken heel technisch, soms heel diep emotioneel, soms bespreken we traumata van vroeger waar je eigenlijk liever niet over praat — maar nu wel moet.
— Peter SpelbosMensen die hulp zoeken bij problemen rondom boosheid en agressie staan soms kritisch tegenover therapie — of hebben al veel therapie achter de rug. Dat begrijp ik. Mijn aanpak is direct en praktisch. We werken aan wat er speelt, niet aan wat er zou moeten spelen.
We werken ook enkel aan dié stukken die nodig zijn. Als je al veel therapie gehad hebt, gaan we dat niet allemaal herkauwen. Wel verbind ik samen met jou de punten die er toe doen.
Soms komen mensen enkel voor wat advies. Dat is helemaal prima. Ik ben een wijze oude man, durf ik wel te stellen, die gericht advies geeft. Over wat te doen met je boosheid, maar ook of het verstandig is bij die man met zijn agressieve uitbarstingen te blijven.
Ik heb veel gezien in mijn leven en weet veel over boosheid en agressie tussen personen, tussen ouders en kinderen, binnen families en in bedrijven, tussen personen en overheden, tussen groepen mensen, tussen staten.
Relatietherapie bij stellen die worstelen met boosheid of agressie in de relatie, geef ik ook. Met liefde. Of het nu de boosheid is die een uitvloeisel is van teveel druk op en stress in de relatie, of de boosheid die ontstaan is na grote verwijdering tussen partners. Of de boosheid die ontstaat bij een scheiding die niet helemaal eerlijk verloopt. Ook vechtrelaties zijn — met mate — welkom.
De begeleiding werkt als bij cliënten de bereidheid bestaat om aan te nemen en over de eigen schaduw heen te stappen. Ik ga altijd voor korte trajecten en als ik geen of weinig resultaat verwacht, zeg ik dat ook.
Lyonel Feininger, Die Grüne Brücke II, 1916
Ik begeleid en adviseer mensen die in de knel komen of zijn gekomen door hun eigen boosheid of agressie, of door die van iemand anders. Heel breed dus. En dat doe ik al ruim 20 jaar. Ik ben daar goed in en dat komt onder meer omdat ik vroeger ook last had van boosheid: die van mijn moeder en die van mezelf.
Ik bied begeleiding bij boosheid, agressie, frustraties die een uitweg zoeken, geweld, en alles en iedereen daar omheen. Dus niet alleen de dader — maar ook het slachtoffer. Dus ook de partner die door huiselijk geweld zich geen raad meer weet en de zoon van de man die getraumatiseerd uit WOII kwam en later een huistiran was.
En soms — maar zeker niet altijd — sta ik tussen beide ‘partijen’ in. Dan probeer ik systemisch een lastige relatie waarin geweld zit (zat) weer op de rit te krijgen of probeer ik dader en slachtoffer met elkaar te verzoenen.
Soms ook volgen mensen een door de rechtbank verplichte agressieregulatiecursus bij mij. Of schrijf ik een door de rechtbank vereist verslag over ‘hoe agressief ik iemand ervaar,’ iemand die al jaren zijn kind niet mag zien.
Maar ik begeleid natuurlijk ook bumperklevers! Bij de vleet zelfs. En mensen die uitvallen naar hun kinderen of partner — of medewerker. Die erg streng in de opvoedkundige leer zijn: het moet gaan zoals het moet, anders niet.
Oude pijn kan niet weg en hoeft niet weg. Oude pijn heeft je gevormd tot de persoon die je nu bent.
— Peter SpelbosBij problemen rondom boosheid en agressie spelen oude pijn, verlies en rouw altijd een rol — of de cliënt dat erkent of niet, het is gewoon zo.
Om uiteindelijk tot een fijn, blijvend resultaat van de begeleiding te komen, is het zaak dat de cliënt daar naar kan kijken. Dat hoeft niet in het eerste gesprek, maar wel graag iets verderop in het traject.
Oude pijn kan niet weg en hoeft niet weg. Oude pijn heeft je gevormd tot de persoon die je nu bent, zij bepaalt mede je manier van zijn en doen. Er om kunnen rouwen is fijn, en soms noodzaak.
Chaim Soutine, Eva, 1928
De problematiek rondom agressie en boosheid is niet de makkelijkste, evenmin als de begeleiding van mensen met problemen op dit vlak.
De reden hiervoor is dat in de kern mensen met agressieproblemen vaak op hun hoede zijn en anderen wantrouwen. Een werkbare relatie opzetten kost daarom tijd. Evenals voor de cliënt zich openstellen en vertrouwen schenken.
Met als gevolg dat ook de relatie cliënt-therapeut zelden eenvoudig is. Het betekent ook dat als de cliënt niet bereid is om aan te nemen en steeds in de weerstand blijft hangen, begeleiding eigenlijk weinig zin heeft. Als het mijn inschatting is dat dit het geval is, zal ik dat aangeven.
Naast individuele begeleiding geef ik ook advies bij moeilijke en ingrijpende situaties rondom boosheid, agressie en relaties. Ik heb meer dan twintig jaar ervaring en kijk nergens meer van op.
Soms gaat het om situaties die verder reiken dan de relatie zelf — een rechtszaak, een melding bij instanties, een verlies dat nauwelijks te dragen is. Ook dan biedt Peter een luisterend oor en een heldere blik.
Mensen leven in groepen — ook wel systemen genoemd — die een geschiedenis en achtergrond hebben waarbinnen ze zich ontwikkeld hebben. Die context, in combinatie met hoe mensen in elkaar steken, bepaalt voor een belangrijk deel de dynamiek en de problemen in relaties.
Wat Peter op dit vlak doet valt onder systemische en contextuele begeleiding binnen het psycho-sociale domein. Hij peutert dat systeem samen met de cliënt uit elkaar en geeft daarmee inzicht — en handelingsruimte.
Gesprekken vinden plaats in Haarlem of via Zoom.
Op deze pagina vind je alle artikelen over boosheid, agressie en agressieregulatie — geschreven vanuit meer dan twintig jaar ervaring als therapeut. Ik schreef ze om een eerlijk en herkenbaar beeld te geven van wat er speelt, en wat er mogelijk is.
Begin bij het eerste artikel of kies het onderwerp dat je het meest aanspreekt.
Boos en woedend gedrag zijn vormen van agressief gedrag: gedrag wat zich kenmerkt doordat je jezelf boven de ander stelt en de relatie met die ander wilt beïnvloeden en controleren, zelfs als het daarvoor nodig is dat je de persoonlijke grenzen van die ander niet respecteert.
Handelen uit boosheid of woede is zeker niet altijd negatief. Je oefent kracht uit en dat is nuttig wanneer je het ergens niet mee eens bent of je je bedreigd voelt en dat teniet wilt doen. Maar als je niet kunt omgaan met je boosheid, maak je veel kapot in de relatie tussen jou en die ander.
Veel van je boze gedrag zet je ‘automatisch’ in en meestal in die situaties waarin je je onzeker of gefrustreerd voelt. Je reageert dan vooral primair: volledig vanuit je emoties. Waar boosheid de emotie is, is schreeuwen of iets kapot maken het gedrag wat je laat zien onder invloed van deze emotie — bij emotioneel reageren ligt overreageren nogal voor de hand.
Veel van je boze gedrag zet je automatisch in — meestal in die situaties waarin je je onzeker of gefrustreerd voelt.
— Peter SpelbosIn combinatie met angstig of ontwijkend gedrag komt vaak oppotten van boosheid voor: je slikt iets van een ander totdat het je uiteindelijk teveel wordt. Dan ontplof je, en word daarna weer rustig. Dit is een teken dat je te lang bent doorgegaan met iets accepteren wat je diep van binnen niet wilde en je bedenkingen erover niet hebt geuit.
Ook kun je boosheid als een verdedigingswal gebruiken. Anderen mogen dan niet zien dat onder dat laagje boosheid een kwetsbaar persoon zit die misschien wel bang is in paniek te schieten bij alles wat op hem af komt. Dit speelt vaak een rol bij mensen die nogal makkelijk autoritair of bedillerig gedrag laten zien.
Soms verbergen mensen (onbewust) hun agressieve gedrag achter afgeleid gedrag. Ze doen dit omdat ze geleerd hebben dat je boosheid laten zien niet acceptabel is. Stelselmatig liegen, grote verhalen vertellen, veel en harde grappen maken, manipuleren, bemoeizuchtig of cynisch zijn, kun je zien als verhulde vormen van agressie.
Een stap verder gaat passief-agressief gedrag: agressief gedrag wat niet als zodanig wordt geuit en vaak niet als zodanig herkend. Je verzet je op alle mogelijke manieren behalve openlijk. Misschien probeer je elke discussie te winnen of ben je goed in dreigen of manipuleren.
Agressief gedrag kan ook naar binnen slaan. Je vindt jezelf niets waard en zoekt de oorzaak van allerlei vervelende situaties bij voorkeur bij jezelf. Het levert sterk bipolair gedrag op. Soms haat je jezelf zelfs zo erg dat je bijvoorbeeld aan de drank of drugs gaat.
Zeggen wat je te zeggen hebt, voor jezelf opkomen, boosheid, woede, slaan. Zonder agressiviteit kan geen mens overleven maar daarin doorschieten is te veel van het goede. Het maakt veel kapot, en is lastig om banden aan te gaan en te onderhouden.
Dat gedrag van vaak doorschieten in agressie ontwikkelen mensen meestal in reactie op ervaren angsten, stelselmatige onderdrukking, provocatie of afwijzing. Dit kan binnen het ouderlijk gezin gebeuren — en zo van generatie op generatie worden doorgegeven — of daarbuiten.
Toch heb je uiteindelijk zelf een groot aandeel in de instandhouding van dit agressieve patroon, ook al lijkt dat niet zo.
Afleren van boos, woedend en agressief gedrag — en het aanleren van functioneel assertief gedrag waarin je emoties een plek hebben — gaat goed met begeleiding een op een en training. Een voorwaarde is wel dat je gemotiveerd bent om te veranderen.
Definitie (Peter Spelbos, 2008): Agressie is gedrag wat iemand inzet om — bewust of onbewust — iets kapot te maken, een ander schade te berokkenen, en/of duidelijk te maken wat hij wel of niet wil. Het gedrag overschrijdt de grenzen van wat algemeen acceptabel is in dit soort situaties en roept gevoelens van angst, pijn, verdriet en/of boosheid bij de ander op.
Agressie is een begrip dat tijdsgebonden en cultureel bepaald is. Denk bijvoorbeeld aan een strenge vader die zijn zoontje de wacht aanzegt omdat het teveel herrie maakt. Wanneer de vader het kind een paar draaien om de oren geeft, benoemen we dat als agressief gedrag.
Tachtig jaar terug lag dat anders; toen werd dat als passend en pedagogisch verantwoord gezien. Evenzo maakt het nogal wat uit of het voorval plaatsvindt in, bijvoorbeeld, een middenklasse gezin of een gezin uit een lager sociaal milieu.
Bij bijna alle vormen van agressief gedrag spelen emoties als angst, boosheid en verdriet een belangrijke rol in het ontstaan ervan.
Het probleem daarbij is dat emoties worden gestuurd door het autonome zenuwstelsel en dat het redelijke denken, naarmate de emoties heftiger zijn, minder makkelijk dat autonome zenuwstelsel in de hand houdt.
Wanneer je eenmaal agressief geworden bent, moet je je daarom bewust inspannen voordat je je er los van kunt maken.
Elk mens kan agressief worden. Hoe veiliger, meer op zijn gemak en ontspannen iemand zich voelt, des te eerder hij geneigd is zich op kalme en plezierige wijze te verhouden met anderen.
Het tegenovergestelde geldt ook: des te onveiliger, minder op zijn gemak en meer gespannen iemand zich voelt, des te eerder hij geneigd is oplossingen te zoeken die in zijn ogen die onveiligheid teniet doen. Vaak is dat juist het zelf uitoefenen van agressie.
Agressie is destructief tot op het bot en baart haar eigen agressie: agressie roept agressie, wantrouwen, achterdocht en haat op. Agressie naar anderen en het andere leidt tot vervreemding, eenzaamheid en verbittering, want waar weet je je nog mee verbonden?
Agressie is destructief tot op het bot en baart haar eigen agressie.
— Peter SpelbosMannen bezitten op jongere leeftijd in vergelijking met vrouwen van dezelfde leeftijd meer hormonen die agressief gedrag reguleren zoals testosteron en adrenaline. Jonge mannen kunnen in vergelijking met jonge vrouwen in het algemeen makkelijker bij hun agressie.
Naarmate man en vrouw ouder worden veranderen hun hormoonspiegels met als resultaat dat na hun veertigste mannen zachtmoediger worden terwijl vrouwen juist makkelijker bij hun agressie kunnen. Vrouw en man gaan zodoende, naarmate ze ouder worden, qua inborst meer op elkaar lijken.
Vroeger zeiden we dat schelden niet zeer doet. Tegenwoordig denken we daar anders over. Schelden is een vorm van agressief gedrag. Idem de ruzies tussen, bijvoorbeeld, partners of buren. Dit geldt ook voor het omhoog steken van de middelvinger en het schrijven en sturen van hate-mail.
Naast schelden kennen we ook dominerend, autoritair gedrag. Vaak bevestigt dit gedrag een maatschappelijke status en is het daarom min of meer geaccepteerd gedrag en wordt het niet altijd als agressie ervaren. Denk bijvoorbeeld aan de zakenman die zijn werknemers vooral bevelen en orders geeft. Of aan de mannen die per se de baas willen zijn over hun vrouw, of omgekeerd.
Aan de andere kant, het speciale aan agressie met veel geweld is dat dit type de lichamelijke integriteit van de persoon (of het dier) bedreigt. Iemand slaan is er op gericht die ander fysiek pijn te doen, te beschadigen. Omdat geweld nogal ingrijpend is en niet makkelijk ongedaan kan worden gemaakt, is het extra destructief in contacten en relaties. Naarmate agressief gedrag gewelddadiger is, wordt het daarom eerder als agressief ervaren en de agressor als bedreigend.
Instrumentele agressie is agressief gedrag dat bewust wordt ingezet om een doel te bereiken. Denk aan martelen en aan wat we tegenwoordig kennen als het bewust bedreigen van bijvoorbeeld parkeerwachters en baliemedewerkers om zo je zin te krijgen. Het is vooral bekend als doelbewust gedrag van misdadigers met stoornissen — maar ook van organisaties. Denk aan de Toeslagenaffaire.
Aan het andere uiterste vind je agressief gedrag dat je inzet omdat je je gefrustreerd voelt — het overgrote deel van het agressieve gedrag wat we uiten en om ons heen zien. Je laat je meeslepen door je emoties, voelt je niet gezien of gewaardeerd, en weet dit niet anders dan door middel van agressie aan te geven. Ook hier kun je het voorbeeld van de baliemedewerker gebruiken, met het verschil dat de doelbewustheid grotendeels ontbreekt.
De meeste mensen kunnen hun agressie gewoon uiten maar soms zit het niet in iemands systeem. Misschien heeft die persoon in zijn jeugd geleerd dat openlijk ruzie maken, conflicten hebben of iemand kritiseren niet hoort. Of misschien heeft hij geleerd dat anderen het altijd beter weten.
Wat doe je dan als je het ergens niet mee eens bent? Wat mensen er op gevonden hebben zijn: verhuld boos gedrag en manipuleren. Dikwijls is het een combinatie van deze twee.
De onbestemde, verhulde boosheid is de pure vorm van passief-agressief gedrag. Als je met mensen bent die in deze modus zitten, voel je onderhuids allerlei negatieve en bozige emoties. Toch, wanneer je er naar vraagt, zal vaak ontkend worden dat ze boos zijn. Deze mensen zijn vooral tegen, en verdedigend en dreigend in hun gedrag. Totdat ze niet meer kunnen — dan ontploffen ze.
Diegenen die manipuleren, krijgen wat ze willen door agressief te zijn terwijl dat niet zo lijkt. Ze zijn wellicht een ster in liegen of het vertellen van fantastische verhalen. Ze kunnen beschadigen, bot zijn of iets suggereren zonder jou je voet openlijk dwars te zetten. Meestal, als je dieper graaft, kom je uit op gekrenktheid, zich tekortgedaan voelen.
Vrijwel alle agressie is gericht op anderen of het andere — iets buiten jezelf. Als je dit niet kunt of van jezelf mag, heb je een probleem. Met als resultaat dat het agressieve gedrag zich dan naar binnen keert.
Automutilatie is naar binnen gericht agressief gedrag. Je beschadigt je eigen lichaam door erin te kerven of door delen ervan kapot te maken. Door het kapotmaken en beschadigen van jezelf hoef je andere pijn niet te voelen en kun je door blijven gaan zoals je dat gewend bent, ook al wil je dat eigenlijk niet. Je hoeft de confrontatie met de buitenwereld niet aan te gaan, je lost het gewoon intern op.
Andere bekende vormen van op jezelf gericht agressief gedrag zijn onder meer zelfdoding en uithongering, inclusief anorexia.
Herken je jezelf of iemand anders in één van deze patronen en wil je er iets mee? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
De reden en oorzaak van iemands agressief gedrag is, wanneer je een breed perspectief hanteert, gelegen in een samenspel van zeven factoren: aanleg, het eigen welbevinden, opvoeding, traumatische ervaringen, samenleving en individu, cultuur, en de omgeving en omstandigheden. Meestal kun je er enkele aanwijzen die bij een persoon bepalend zijn — zowel in het algemeen als op een bepaald moment.
Een mens is een dier, een wezen dat na de geboorte zoekt te overleven in een wereld die hij in feite niet kent en begrijpt. Voor dat overleven kan de mens terugvallen op twee fundamentele vormen van gedrag: je met anderen verbinden of van anderen weg bewegen. Alle gedrag is een variatie op, en combinatie van, deze twee vormen.
Om je te verbinden met anderen moet je je eigen wensen opzij kunnen zetten; om je eigen weg te gaan moet je je grenzen bepalen. Denk bij het eerste aan vriendschappen en houden van. Denk bij het tweede aan je verdedigen tegen een werkgever die weinig oog heeft voor jouw belang.
Maar de ene mens is de andere niet. De een is nogal agressief ‘gebakken’, de ander makkelijk licht geraakt, een derde weet zijn agressie niet goed te reguleren, een vierde ziet niets problematisch aan agressie, een vijfde kan er niet bij. Op dit niveau spelen allerlei genetische, hormonale en neurofysiologische processen een belangrijke rol.
Achter de meeste agressie zit frustratie — en achter frustratie zit het gevoel niet gezien of gehoord te worden. Mensen die zichzelf als klein en onmachtig ervaren, en anderen als sterk en groot, grijpen makkelijker naar agressie. Het is een voor de hand liggende keuze: want het werkt, althans op korte termijn.
Frustraties ontstaan in iemands beleving: Waarom praat die vrouw zo hard, ziet ze dan niet dat ik daar last van heb? Het is op dat moment interne onvrede. Pas wanneer deze onvrede te veel wordt — Nu schreeuwt dat mens wéér, ik ben het zat! — komt het naar buiten als agressief gedrag: Hé mens, houd je kop eens! Eerder zeggen waar het op staat — Ik heb last van je — lukt zo iemand niet.
Dit is de kern van de frustratie-agressietheorie: mensen raken gefrustreerd, spreken zich niet direct uit, en uiten de opgebouwde agressie pas later — naar degene die ze als de oorzaak zien, of naar iemand anders die ook goed past als dader. De reden dat ze zich niet eerder uitspreken is meestal een laag gevoel van eigenwaarde, sterke normen die hen beletten voor zichzelf op te komen, aangeleerde beleefdheid, of het gevoel er niet bij te horen — of een combinatie van deze vier.
Een goede jeugd levert een goede hechting en een goed gevoel over jezelf. Je staat opener tegenover anderen, legt makkelijker contacten en voelt minder angst om je te binden. Je weet eerder een draai te geven aan je leven en bent daardoor tevredener met jezelf. De drang om je agressief te uiten is kleiner.
Als een jeugd niet goed is gegaan, is het resultaat vaak dat je veel problemen hebt met de wereld om je heen. Dat je moeite hebt met contacten leggen en bindingen aangaan. Dat je minder open bent en juist meer wantrouwend. Dat je het gevoel hebt er niet bij te horen en dat jij er niet toe doet.
In reactie daarop kan de drempel om agressie te gebruiken bijzonder laag zijn. Want dat, is wellicht je ervaring, werkt wel om anderen te laten zien dat je wat betekent in deze wereld.
Toch heb je uiteindelijk zelf een groot aandeel in de instandhouding van dit agressieve patroon, ook al lijkt dat niet zo.
— Peter SpelbosMensen die langdurig traumatiserende ervaringen hebben ondergaan, kunnen grote moeite hebben met het reguleren van hun agressie — het lijkt wel alsof ze boos zijn op alles en iedereen. Die boosheid bouwen ze op tijdens de periode van ervaringen die het trauma veroorzaken. Omdat ze er geen kant mee uit kunnen, slaat de boosheid naar binnen en verschijnt ze pas op een later moment, wanneer het veiliger is, in de vorm van (zelf)haat, bitterheid en passief-agressief gedrag.
In mildere vorm zie je dit bij personen die langdurig in onveilige of angstwekkende situaties hebben gezeten. Ze zijn als het ware in de angst blijven haken en stoppen haar daarom liever weg achter een schil van boosheid, woede en agressie. Mensen met deze vorm van agressie weten dikwijls niet dat er angst achter zit. Indien je te dichtbij komt, bijten ze als een dolle hond. Als je door de agressie heen bent, verschijnt het verdriet.
Vroeger was een gemeenschap klein — misschien honderd mensen in een dorp. Iedereen kende elkaar. Het leven was, hoe zwaar ook, overzichtelijk. Je wist waar je stond.
Tegenwoordig leven we in massa’s van tienduizenden tot miljoenen, bij de gratie van anonimiteit, ingewikkelde machtsstructuren en administratieve regels die niemand meer volledig begrijpt. De buurman kent je naam niet. De gemeente stuurt je van het kastje naar de muur. De organisatie die over je leven beslist heeft geen gezicht.
Voor het individu is dat een zware opgave. Met wie moet hij in gesprek? Hoe houdt hij zich staande? Hoe vindt hij zijn plek? De massa kan daar nauwelijks een persoonlijk antwoord op geven. Wat overblijft is een basaal gevoel van onveiligheid — en agressief gedrag als strategie om toch grip te houden. Vele denkers zien deze verhouding tussen individu en moderne samenleving als structureel problematisch, en verwachten dat het met het complexer worden van de maatschappij alleen maar lastiger wordt.
In onze westerse cultuur hanteren we een dubbele standaard als het om agressie gaat — en we zijn daar niet eerlijk over. We belijden openlijk onze afkeer van geweld, maar verheerlijken het tegelijkertijd. In films, sport, politiek, op social media. De held die terugslaat. De leider die geen blad voor de mond neemt. De commentator die vernietigend is en daarvoor bewonderd wordt.
De moraal is dubbelhartig: agressie is fout, maar goed wanneer het mij uitkomt, of wanneer ik het doel rechtvaardig vind. Vrijheid en eigen ruimte gaan boven alles — ook boven het kwetsen en pijn doen van anderen.
In de opvoeding dragen we deze dubbele moraal over op onze kinderen. Dit is wat we van elkaar zien en leren. Dit is waarmee we agressief gedrag legitimeren — en de basis leggen voor agressief gedrag in de toekomst.
Of iemand in een bepaalde situatie echt agressief wordt, hangt af van hoe die persoon de situatie ziet en in welke mate hij verantwoording neemt — of kan nemen — voor zijn gedrag. De feitelijke omstandigheden hebben hierbij een grote impact. Dit wordt uitgewerkt op de volgende pagina.
Dezelfde persoon kan in de ene situatie kalm blijven en in de andere volledig ontploffen. Dat zegt iets over de omstandigheden, niet alleen over de persoon. Mensen kunnen veel of weinig agressie in zich hebben — of het eruit komt, hangt meestal af van de context en de triggers. Hieronder een selectie.
Alle omstandigheden die stress bevorderen, bevorderen ook het ontstaan van agressief gedrag. Wanneer mensen gestrest zijn, verliezen ze makkelijker de rede uit het oog, raken ze gefrustreerd en verliezen ze makkelijker de controle over zichzelf. Mensen onder stress kennen minder remmingen en laten impulsief gedrag makkelijker toe.
Stress is de opmaat voor de vecht/vluchtreactie: het wezen maakt zich klaar voor vechten of vluchten. De cortisol in je systeem bewaakt een hoog niveau aan adrenaline in je bloed — nodig om scherp te zijn en alert te kunnen reageren indien nodig.
Daarom bevorderen hevig lawaai, een volgepropte agenda, drukke winkelstraten en huilende kinderen de mate waarin je makkelijk agressief wordt aanzienlijk. Uiteindelijk is het ook een cirkel: meer stress activeert makkelijker de agressie, terwijl meer agressie vervolgens ook meer stress genereert.
Wanneer je een grote beer tegenover je vindt, voel je je bedreigd. Evenzo wanneer je iemand met een mes op je af ziet komen. Naarmate je je meer bedreigd voelt, kun je makkelijker agressief worden — je bent eerder bereid om voor jezelf te vechten. Ook dan gaat het niveau aan cortisol en adrenaline in je bloed omhoog.
Het gaat hier om de perceptie van het gevaar, niet het werkelijke gevaar zelf. De meeste mensen zijn banger in het donker en reageren heftiger wanneer er dan iets gebeurt. Ook wanneer iemand anders nadrukkelijk fluistert dat een persoon of situatie eng is, heeft dat gevolgen voor de perceptie.
Dit speelt bijvoorbeeld bij relaties waarin een partner zich onder druk gezet voelt door de ander. Zij kan daarin jaren blijven vastzitten, totdat er een moment komt dat ze er los van durft te komen — en dan een enorme kracht in zichzelf ontdekt die ze vervolgens gebruikt.
Wanneer je het gevoel hebt dat je er niet toe doet, voel je je in essentie in je bestaan ontkend — ook al realiseer je je dat niet zo. Dit kan veel angst oproepen en dikwijls ook een verlangen om de bedreiging die op je af komt ongedaan te maken. Dit element komt terug in vrijwel alle redenen waarom iemand agressief wordt.
Gebrek aan warmte in relaties, een autoritaire werkomgeving, het risico niet mee te tellen, eenzaamheid, het ontbreken van uitdagingen of een reden om te leven, en het gevoel er niet bij te horen — al deze factoren kunnen agressief gedrag voeden dan wel oproepen.
Er zijn genoeg omgevingen en culturen die agressief gedrag positief waarderen. Denk aan groepen jongeren of voetbalsupporters waarbij agressief optreden de norm is en je enkel status verwerft door aan deze norm te voldoen. Denk aan de nozems van vroeger, de wakkere burgers die zeggen pal voor de democratie te staan, groepen jongeren in de achterstandswijken.
Ook een samenleving die hardheid, autoriteit, dominantie en agressie positief waardeert — en waarin agressie in beelden en uitingen normaal is — verlaagt de drempel voor individuen en groepen om zich agressief te gedragen. Agressie wordt genormaliseerd en daardoor treedt ook gewenning op.
Kinderen leren altijd veel van hun omgeving. Ze nemen patronen van handelen en gedrag over, en denkbeelden over wat normaal is en wat niet. Ze maken ouders mee die altijd ruzie maken, naar iedereen onverschillig en gemeen zijn. Ze krijgen tikken als ze iets doen wat niet past in de visie van de ouders. Ze wonen in een buurt waar hard en agressief met elkaar omgaan normaal is.
Wat je om je heen ziet, ontwikkel je tot een eigen mindset die je op den duur in elke nieuwe situatie inbrengt.
De meeste mensen hebben intern een rem op het onverschillig inzetten van agressief gedrag. Door het gebruik van drank en drugs, of het hebben van seks of andere top-ervaringen wordt die remming op den duur minder. Mensen worden losser in hun gedrag en waarderen wat mogelijk is anders. Deze ontremming kan van tijdelijke of — bij langdurig gebruik — permanente aard zijn. Ook dan kan het gebruik van agressie worden genormaliseerd.
Wat iemand in aanleg, opvoeding en door wat hij heeft meegemaakt aan potentiële agressie in zich heeft, komt er bij de juiste omstandigheden makkelijk uit.
— Peter SpelbosIk gebruik vaak het voorbeeld van de bumperklever, want daarin komt heel veel samen. De bumperklever gaat vroeg van huis na een gebroken nacht — de baby huilde vaak en veel — en komt ondanks files toch op tijd op zijn werk. Druk, druk, druk. Hij geeft alles en neemt nauwelijks pauze. Veel koffie, telefoontjes, overleggen. Om half vijf weer naar huis. Muziek keihard aan, zware bassen. Op de snelweg hangen achter langzamer rijdende auto’s. Knipperen met lichten. Links inhalen, rechts inhalen, schelden. Thuis aangekomen is hij bekaf en chagrijnig. Maakt ruzie met zijn partner die ook bekaf is. Later op de avond escaleert het.
Wat iemand in aanleg, opvoeding en door wat hij heeft meegemaakt aan potentiële agressie in zich heeft, komt er bij de ‘juiste’ omstandigheden makkelijk uit.
Het voordeel van deze wetenschap is dat als je van je agressieve gedrag af wilt komen, de insteek op hoe je leeft en werkt — de omstandigheden — bijzonder zinvol kan zijn.
Er bestaan verschillende theorieën over de oorzaken van agressiviteit en hoe het ontstaat binnen de mens. Elke theorie neemt daarbij de hele mens als uitgangspunt en kijkt naar de relatie nurture – nature.
Binnen deze school kun je drie theorieën rondom drie grote namen — Darwin, Lorenz en De Waal — onderscheiden. Tezamen bieden ze min of meer het fundament van alle agressietheorieën.
Voor Darwin is agressie een natuurlijke en noodzakelijke eigenschap van de mens om te zorgen voor zijn veiligheid. Hij gebruikt agressie om zich te verdedigen bij aanvallen, om zelf te kunnen aanvallen, en om voedsel te verzamelen. Dit alles staat in dienst van zijn grote levensdoel: de voortplanting.
Agressief gedrag krijgt zijn gestalte door een evolutionair proces van natuurlijke selectie: die vormen van agressie ontwikkelen zich het best die de mens het best verder helpen bij zijn overleving en voortplanting. Darwin ontkent niet dat de mens ook goed, trouw en altruïstisch kan zijn, maar acht dat van minder belang. Agressie is een instinct, een drift, en dat heb je te accepteren.
De theorie die Konrad Lorenz in de vorige eeuw ontwikkelde, bouwt rechtstreeks voort op Darwin. Lorenz stelt dat agressie een instinct, een menselijke drift is, vergelijkbaar met de voortplantingsdrift. Volgens Lorenz is agressie in de basis genetisch bepaald — het is het gedrag en het vermogen tot dat gedrag waaruit, in de vroege evolutionaire ontwikkeling van de mens, het overige gedragsrepertoire zich heeft ontwikkeld.
De mens ontwikkelde zijn vermogen tot agressief gedrag van generatie op generatie in vooral kleine en overzichtelijke gemeenschappen, waarin de menselijke agressie ingebed was in lokale structuren. In latere periodes echter, door het leven in grotere, lossere verbanden, ontwikkelde de agressie in de mens en de samenleving zich negatiever.
Frans de Waal staat lijnrecht tegenover Lorenz. Hij stelt dat de mens van nature geneigd is om mee te leven met anderen en altruïstisch te handelen. De mens is van nature en in oorsprong goed. Wanneer mensen de keuze hebben en hun gedrag niet al blijvend negatief beïnvloed is, heeft dit altruïstisch gedrag hun voorkeur.
Het gebruik van agressie werd oorspronkelijk aan banden gelegd doordat mensen in kleine verbanden leefden. In die kleine groepen had agressief gedrag een functie om de rangorde te bepalen en te bewaken. Buiten deze toegestane vormen werd misbruik vrijwel meteen afgestraft door hogeren in de pikorde.
Onder meer door het leven in grotere, lossere en vagere verbanden is het zicht op het oorspronkelijke nut van de agressie kwijtgeraakt, terwijl de sociale druk onvoldoende was om de agressie te kanaliseren. De moderne mens moet daarnaast een veelheid aan ingewikkelde en vaak tegenstrijdige rollen spelen terwijl de persoonlijke bronnen waaruit hij kan putten eindig zijn. De maatschappelijke ontwikkelingen gaan te snel voor de evolutie van de mens. Het gevolg is meer agressief gedrag.
Alle drie — Darwin, Lorenz en De Waal — gaan ervan uit dat het vermogen tot agressief gedrag een natuurlijk iets van de mens is, of hij er wat mee doet of niet. De theorie van De Waal wordt tegenwoordig het breedst geaccepteerd. In mijn opinie vullen de drie elkaar goed aan — de conclusie is vooral dat agressie een soort oer-energie is die je gebruikt om je te beschermen, te overleven en te reproduceren.
De drie vullen elkaar aan. De scholen die volgen bouwen hierop voort, maar kijken meer naar gedrag dan naar oorsprong.
Behavioristen stellen dat agressief gedrag is aangeleerd op basis van imitatie of persoonlijke ervaringen. Agressief gedrag is per definitie verkeerd gedrag en dien je dus af te leren. Binnen deze school kennen we twee, niet-tegenstrijdige theorieën.
De frustratie-agressietheorie stelt dat agressief gedrag een naar buiten gerichte reactie op innerlijke frustratie is die helpt de innerlijke emotionele spanning te ontladen. Het is immers makkelijker boos te worden op een ander dan met je frustraties aan de slag te gaan, want dat vereist meestal in het reine komen met jezelf. Het is vluchtgedrag wat je je toen je jong was hebt aangeleerd.
Een tweede vorm is wanneer je bewust agressief gedrag inzet om een gewenst doel te bereiken. Je past het dan als een instrument toe. Ook deze vorm is gedrag wat je vroeger hebt aangeleerd: je hebt geleerd dat als je je hond een schop gaf hij onderdanig luisterde, je hebt geleerd dat als je schreeuwde naar je moeder ze bang werd en deed wat je zei.
De analytisch-psychologische school van Freud ziet agressie als een oervorm van gedrag die wordt opgeroepen door interne frustratie en/of externe dreiging. Agressie is in diepste wezen een drift, een instinct, een reactie op wat de mens aantreft in de wereld.
Freud zag agressief gedrag als een uiting van een primaire drift gericht op het behoud en voortbestaan van het ik binnen de samenleving. Het inzetten van agressie is daarbij noodzakelijk om te garanderen dat de mens zijn andere driften kan nastreven. In haar kern is agressie niet anders dan een aangepaste uiting van de seksuele drift en de doodsdrift.
De ingang van deze school is simpelweg dat agressie in het lichaam is gecodeerd in de genen en gereguleerd wordt door hormonale stoffen als adrenaline, testosteron, cortisol en serotonine, onder invloed van schemata in bepaalde hersengebieden. Door afwijkingen en fouten in deze schemata vertonen mensen een teveel of een gebrek aan vermogen tot agressief gedrag.
Deze afwijkingen kunnen al generaties lang in de familie voorkomen en daarnaast ook nog eens individueel ontwikkeld worden. Zo kunnen roken en drinken van de moeder tijdens de zwangerschap of stressvolle gebeurtenissen tijdens de bevalling hun weerslag hebben op hoe agressief een kind in potentie is.
Modern onderzoek suggereert dat — naast aanleg — vooral de mate waarin mensen zich verplicht voelen zich te conformeren aan de normen en gewoontes van de groep waartoe ze behoren, de mate van het vertoonde agressieve gedrag bepaalt. Als in de groep agressief gedrag normaal is, zullen de meeste groepsleden zich daaraan conformeren. Als vreedzaam gedrag de norm is, zullen de groepsleden dat propageren. De mate van agressief gedrag wordt daarmee ook een persoonsoverstijgende eigenschap van de groep.
De meeste theorieën vullen elkaar aan. Vrijwel alle theorieën brengen naar voren dat: a) het vermogen tot agressief gedrag biologisch en genetisch verankerd is en per persoon varieert; b) mensen naast agressief ook altruïstisch kunnen zijn en agressief gedrag nuttig kan zijn in de omgang met anderen; c) agressief gedrag kan ontstaan in reactie op opgedane frustratie en mensen zichzelf agressief gedrag aanleren — en dus ook weer kunnen afleren; d) samenlevingsvormen waarbij grote aantallen mensen dicht op elkaar moeten leven, voeding kunnen geven aan excessief agressief gedrag; en e) er ook pathologische vormen van agressie bestaan.
Bij de begeleiding van cliënten met agressieproblemen richt ik mij op drie lagen: het agressieve gedrag wat in de echte wereld van nu zoveel schade berokkent, de emotionele wereld die daaronder ligt en dit gedrag aanstuurt, en de wereld van vroeger waar dit gedrag bij de cliënt ontstaan is. Tevens help ik de cliënt zijn persoonlijk lijden te verkleinen en zijn kwaliteit van leven te vergroten zodat hij in een meer positieve, volwassen en open relatie met zichzelf en zijn omgeving staat.
In deze echte wereld gaat het erom dat de cliënt leert zijn agressie te reguleren. Agressieregulatie is het vermogen om impulsen van boosheid en agressie, en gedrag dat daarvan is afgeleid, bij jezelf te herkennen, begrijpen en controleren. Het is een aangeleerde vaardigheid die de cliënt helpt voorkomen dat potentieel explosieve situaties escaleren.
In de kern richt ik mij bij agressieregulatie op drie aspecten: 1) tijdig leren herkennen van gevaarlijke contexten en triggers; 2) leren omgaan met onderliggende emoties van agressief gedrag; 3) leren om alternatief constructief gedrag te ontwikkelen.
We praten dan veel over technische zaken als stressregulatie, impulscontrole, context en triggers, stoppers, ademhalingstechnieken, vertragen, time-out, verbetering van communicatieve vaardigheden, juist en tijdig assertief gedrag, en zelfsturing in gedrag.
Deze wereld is bij mensen met agressieproblemen een complexe wereld van pijn, verdriet en boosheid — en daar kunnen ze niet goed bij, want dat doet immers teveel pijn. In de begeleiding leren ze hier naar te kijken zonder dat ze op tilt slaan. Er komt dan meer rust én ruimte voor reflectie op situaties, eigen gedrag en gedrag van anderen, de verhalen onder de verhalen.
Dit deel van de begeleiding kan heftig zijn voor de cliënt. Bijvoorbeeld: een cliënt uit de Biblebelt die zijn kinderen slaat, leert dat hele brede scala aan eigen emoties te zien én benoemen. Dat is heftig — maar ook bevrijdend. Want hij kan er nu ook over praten met zijn vrouw.
Agressie is het topje van de ijsberg en is, als gedrag, ooit en ergens door de cliënt ontwikkeld. En daar zit een verhaal achter — een verhaal dat gekend moet worden, al is het maar door Peter.
Het gaat erom het persoonlijke lijden van de cliënt te verkleinen. De persoon uit de Biblebelt die zijn kind hard opvoedt, heeft dat niet van een vreemde; daar zit veel pijn van vroeger, toen hij zelf hardhandig werd opgevoed door zijn vader, een dominee. Dié oude pijn moet worden geadresseerd voordat hij zijn gedrag duurzaam kan veranderen.
Iedereen met agressieproblemen heeft een persoonlijk, gelaagd verhaal over oude pijn waar aandacht voor moet zijn wil je hem als therapeut verder kunnen brengen.
— Peter SpelbosDe kwaliteit van leven vergroten houdt onder meer in dat de cliënt leert naar zichzelf te kijken zoals anderen naar hem kijken. Hij leert zijn vermogen tot zelfreflectie te vergroten en krijgt daarmee een waardige, respectabele manier van grip op zijn leven — waardoor de oude patronen van boos en agressief gedrag minder nodig zijn en een positieve cirkel van verandering wordt ingezet.
Veel mensen die met agressieproblemen bij Peter komen, weten niet goed hoe te leven. Dikwijls doen ze al jaren dingen die ze in hun hart niet of nauwelijks interessant vinden. Of blijven ze bij een partner waaraan ze een hekel hebben. Of doen ze dingen omdat ze vinden dat ze ze horen te doen. Ook dat is gelinkt aan de nare zaken van vroeger en de boosheid en agressie in het heden.
Ze dienen te leren dat naarmate een leven boeiender is en meer bevrediging geeft, je ook minder makkelijk gefrustreerd raakt en boos wordt, en je gewoon meer kunt hebben van anderen. De eenzame, zure vrouw die steeds ontslagen wordt en vooral moppert, mag ook leren wat de link is tussen haar boosheid en frustraties en de afwezigheid van een prettiger leven — en hoe dat ook anders kan.
De kwaliteit van leven verbetert de cliënt ook door zijn interne ethisch systeem te versterken. Leven bestaat immers niet zonder ethiek. Bijna iedereen heeft een intern ethisch systeem dat feilloos kan zeggen of je iets ‘fout’ of ‘goed’ doet. Je hebt daar zelden anderen voor nodig — maar je moet er soms wel in getraind worden, en ook daar kan Peter bij helpen.
Een boeiender leven is de beste remedie tegen agressie. Naarmate iemand meer grip krijgt op zijn leven — op wie hij is, waar hij vandaan komt en wat hij wil — wordt agressie een laatste redmiddel.
— Peter SpelbosOngeveer eenmaal per maand geef ik een webinar via Zoom over boosheid en agressie. Met ruimte voor vragen.
Aanmelden via welkom@idee-pmc.nl. Op de dag zelf ontvang je een Zoom-uitnodiging.
Ik ben Peter Spelbos — en mijn leven zag er lang heel anders uit dan je misschien zou verwachten van een therapeut. Ik studeerde geschiedenis in Leiden (MSc) en politicologie in Nijmegen (BSc): studies die gaan over menselijk gedrag, macht, patronen en hoe mensen met elkaar samenleven. Die brede blik op de mens is de basis van alles wat ik doe.
Ik was ondernemer, woonde jaren in Afrika en Centraal-Azië en werkte daar vooral voor het Internationale Rode Kruis. Later leidde ik een team hoogbegaafden in de financiële informatica bij de SVB. Bureau IDEE begon ik, na omscholing, in 2002 — samen met mijn partner Conny Heuvelman.
In mijn jaren in Afrika en Azië heb ik veel over mensen geleerd. Over liefde en relaties, over eenzaamheid, bittere armoe, geweld, lijden en dood. Over de uitersten van het leven. Over wat mensen elkaar aandoen en, ook, wat ze voor elkaar kunnen betekenen.
Interessant toch hoe mensen vastlopen in hun eigen patronen — en hoe ze, als ze het echt willen, die patronen kunnen doorbreken.
— Peter SpelbosMensen leven in groepen — ook wel systemen genoemd — die alle een geschiedenis en achtergrond hebben waarbinnen zij zich als individu ontwikkelen. Wat ik doe valt onder systemische en contextuele begeleiding binnen het psycho-sociale domein. Het gaat over de verhalen van mensen, over het verdwalen in het leven — en de pijn die daarbij hoort.
Concreet: wat ik doe valt onder systemische en contextuele therapie, cognitieve gedragstherapie en rouwtherapie — toegepast op de problemen rondom boosheid en agressie die mensen meebrengen.
Ik ben geregistreerd als Psychologisch hulpverlener (code 94) en Psycho-Sociaal hulpverlener (code 90). Bureau IDEE is geregistreerd als Psychologische praktijk (code 94) en Psycho-sociale Praktijk (code 90).
Het ECP — Europees Certificaat Psychotherapie — is de hoogste Europese erkenning voor therapeuten, afgegeven door de European Association for Psychotherapy. De opleiding duurt vijf jaar in deeltijd en omvat theorie, supervisie en eigen therapie. Het certificaat wordt erkend in alle aangesloten Europese landen.
KvK-nummer: 34349638
Bureau IDEE is actief op meerdere domeinen. Naast agressieregulatie begeleid ik ook bij relatieherstel ouder & kind, existentiële vraagstukken en hoogbegaafdheid. Mijn partner Conny Heuvelman is gespecialiseerd in relatietherapie.
Relatieherstel ↗ · Relatietherapie ↗ · Hoogbegaafdheid ↗ · Existentiële therapie ↗
Egon Schiele, Selbstbildnis mit Physalis, 1912
De begeleiding wordt aangeboden voor zowel particulieren als ondernemers. Bij veel verzekeraars is een gedeeltelijke vergoeding mogelijk vanuit de aanvullende verzekering.
Veel verzekeraars vergoeden sessies deels vanuit de aanvullende verzekering. Eigen risico telt niet mee.
Met btw-factuur aftrekbaar als functionele coaching. U krijgt ook de btw terug.
Ik ga soepel om met afmelden; ik begrijp dat het soms anders loopt dan bedoeld.
De volgende verzekeraars vergoeden (deels) vanuit de aanvullende verzekering, onder het kopje alternatieve zorg:
Volledig overzicht: lvpw.nl
Umberto Boccioni, The Morning, 1909
Wil je een afspraak maken of even overleggen wat te doen? Dat kan per telefoon of mail. Je wordt binnen 24 uur teruggebeld of terug gemaild. Gesprekken worden live gevoerd; soms is Zoom mogelijk.
De werkkamer van Peter in ons monumentenpand (1888) in Haarlem centrum.